TravelJournal.net |
|
Update notification by e-mail?
[ Subscribe ] |
Travel JournalMali: Dogon en Bamako(Sunday 22 January 2012) by Sanne en Martyn naar Timboektoe
We gaan de volgende dag door naar Mopti om Willem te bezoeken. Als we daar aankomen organiseert hij juist zijn wekelijkse filmavond. De dichtstbijzijnde bioscoop bevindt zich 600 kilometer verderop. Er komen 400 mensen kijken, de meesten zitten op de grond. Met onze gids Yacouba en chauffeur Drissa gaan we in fourwheeldrive op weg naar het land van de Dogon. Dit volk, dat sterke eigen tradities heeft, woont in dorpjes op en rond de falaise de Bandiagara, een kilometerslange rotswand. De weg erlangs leidt langs een kronkelende rivier met knalgroene uienvelden erlangs. Het ruikt naar bieslook. De uien worden verkocht op de markt. Er wordt drie keer per jaar geoogst. De weg slingert door het land met rode aarde en groene bomen. Een kudde Zebu-runderen, met de kenmerkende bult op hun schouder, steekt over. We rijden door Dogondorpen met lemen huisjes met rieten puntdaken en graanschuren met een klein deurtje bovenin. In Sangha stappen we uit om te lunchen, en daarna gaan we te voet verder. Vrouwen putten water bij de centrale put in het dorp, kinderen spelen met een oude motorband, wasgoed hangt te drogen op een hek. We lopen door het dorpje, dat doet denken aan het Afrikamuseum in Berg en Dal, met het huis van de hogon (dorpschef) met allemaal vakjes in de voorgevel, de fetisj waar melk of dierenbloed geofferd wordt en het gemeenschapshuis met laag plafond en metershoog rieten dak, waar de oude mannen van het dorp bijeenkomen om te beraadslagen. Als we het dorp uitlopen komen we aan de rand van een plateau. Beneden ons strekt een enorme vlakte zich uit, die helemaal doorloopt tot aan Burkina Faso. Langzaam dalen we af over de rode zandsteen. Het uitzicht wordt bij elke stap mooier. Beneden komen we in het dorpje Banani, waar de chauffeur op ons wacht. Zo’n luxe vorm van transport hebben we de hele reis nog niet gehad! We overnachten in de herberg van Meni Kodio. Deze charismatische man zet zich in tegen vrouwenbesnijdenis, die in de Dogon nog wijdverbreid is. Door voorlichting te geven in de dorpen worden mensen bewust gemaakt van de gevaren en risico’s. Hij heeft vijf dochters, die geen van allen besneden zijn. Vanavond is er een voorlichtingsavond in Banani, waar met veel muziek en dans de boodschap overgebracht wordt. Er is muziek, Meni zingt en zijn dochters dansen. De enige manier om te stoppen met de meisjesbesnijdenis is als het hele dorp dit in een keer doet. In verschillende dorpen is dit al het geval. De volgende dag lopen we van Yougana naar Yougadougourou en Yougapiri. Deze dorpen liggen op een heuvel, en zijn nog geheel animistisch, er zijn geen christenen en islamieten. Het leven hier is hard, vrouwen moeten kilometers naar beden lopen om water te halen, en dat tot vijf keer op een dag. We lopen omhoog door een smalle spleet in de rots. Er is een waterbekken, maar dat is leeg. Bovenop het rotsplateau hebben we een fenomenaal uitzicht over de vallei. De rots ziet eruit alsof je hier erg mooi zou kunnen klimmen. Maar het is onwaarschijnlijk dat de Dogon dit goed zullen vinden. Hoog in de rotsen bevinden zich namelijk graven van voorouders en voormalige dorpen van de Tellem, de voorgangers van de Dogon. We slapen in Ireli, en de volgende dag lopen we naar Yaye. Daar zien we het huis waar de vrouwen van het dorp heengaan als ze ongesteld zijn. We lopen verder naar Amani, waar we gaan lunchen. Er komen een paar Peul-meisjes langs, die melk willen verkopen. De Peul (of Foelane) zijn een herdersvolk dat verspreid door heel West-Afrika leeft. Ze hoeden ook de koeien van de Dogon. Peulvrouwen staan erom bekend dat ze hun uiterlijk erg belangrijk. Ze dragen veel sieraden (dat is hun kapitaal), hebben inkervingen in hun gezicht en een blauwe tatoeage rond hun mond. Ze blijven net zo lang zitten tot we hun melk kopen, die ze in een kalebas op hun hoofd dragen. In Amani is een krokodillenvijver, de krokodil is een totemdier van de Dogon. Ze worden daarom beschermd en gevoerd. Onze laatste dag brengen we door in Bamako. Winkels verkopen kleurrijke bedrukte stoffen met prints van vissen, sterren, ventilators, kippen en kaurischelpen. In de soek smelten de zilversmeden voor de deur van hun winkeltje met een blaasbalg en gloeiende kolen het zilver. Op straat verkopen vrouwen vanaf een mand op hun hoofd gebatikte doeken, bananen, blauwsel. Er is een kraampje waar je lege plastic flessen kunt kopen. Een deel van de markt is gespecialiseerd in ingrediënten voor amuletten: apenkoppen, slangenhuiden, leeuwentanden. Mensen dragen ze in driehoekige zakjes genaaid onder hun kleding om hun middel. We laten de kleuren, warmte en muziek van Afrika nog goed op ons inwerken voordat we weer terug gaan naar het grijze en koude Nederland.
|